De tijd gaat

Zondagmiddag.

We fietsen over de dijk.

Het land ontvouwt zich.

Een boerderij hier en daar.

Frisgroen gras, een kudde grazende koeien

en helblauwe luchten.

De warmte van de late september zon.

Vanaf het bankje op de dijk kijken we neer

op de slingerende loop van het Zwarte Water.

De pont vaart heen en weer.

De man met de hond spelen een spel.

Ergens in de verte luidt de klok de mensen naar de kerk.

De zwaluwen vliegen onvoorspelbare banen.

In de verte scheurt een motor over de dijk.

Achter ons gaat het volk voorbij.

Een zeilboot trekt de zeilen omhoog.

Het water glinstert mee met de zon.

Sloom tuft een oud vrachtschip voorbij.

Een opmerking verweekt in de traagheid van de dag.

De tijd tikt …..

en staat stil.

 

 

 

 

20170924_144637

Advertenties

Geluk

Geluk!

Het fruit staat te pruttelen in de pan. De zeef piept. Af en toe roer ik. De jampotjes kletteren in de gootsteen. De zoete geur van bramen vult het huis.

Vanuit de tuin stroom de late septemberzon de kamer binnen. Hoog in de boom eist de pimpelmees de aandacht op. De morgengloria kleurt de appelboom paars. Op de achtergrond staat het Laudes Organi van Kodaly in de herhaalstand.

Vroeger veranderde onze keuken ook al in een jamfabriekje. Mijn vader zeefde alle pitjes uit het fruit. De potjesafdeling was van mijn moeder. Ze redderde met heet water en soda.  Vanuit de hete pan vulde ze de potjes met jam. Met spanning keken we toe! We telden de aantallen met voldoening. Tijdens het opruimen en afwassen koelden de potjes af en klikten ze vacuüm. Een vrolijk en dankbaar geluid.

Met een glimlach denk ik terug aan de plaatsen waar ik de bramen vond. Ik stond soms midden in de struiken met de haren vast in de takken, zoekend naar mijn gereedschap. De regenjas toverde ik om tot emmertje. Even een middagje of een uurtje tussendoor. Soms op een stille plek waar niemand mij zag en soms aan een pad waar ik met de vreemdste mensen aan de praat kwam.

De donkerpaarse gelei kookt bijna. Ik probeer zo te roeren dat er geen bruis komt. Het is een leuk spelletje. De potjes die op allerlei manier de weg vonden naar mijn keuken staan te wachten op het aanrecht.  Als ze eenmaal gevuld zijn vinden ze op allerlei manier hun weg weer naar anderen.

Bramen…. Och het lost de grote wereldproblemen niet op, maar het brengt een mooi geluk.

 

bramenjam maken

Muziek zonder zorgen.

Haar ogen lichten op toen ze vertelde over de concerten die ze samen met haar buurvrouw bezocht. Ze had er van genoten. In het verhaal hoor ik bijna de muziek klinken die ze mooi vind. Op dit moment kan ze niet meer gaan. De zorg voor haar ernstig zieke man gaat voor. Zorg die al lang duurt. Maanden geleden hadden we verwacht dat hij zou overlijden. Hij is er nog steeds. Hij ligt op bed. Het is een tevreden man met pretoogjes. Je kunt aan alles merken dat ze gek zijn met elkaar. Ze geeft hem alle liefde en aandacht die hij nodig heeft. Ze zorgt voor zijn natje en z’n droogje. Ze is er altijd. Het lijkt haar geen moeite te kosten. Ze neemt het leven zoals het is. In het huis heerst een oase van rust. Als ik tijdens mijn werk langs kom is het een heerlijk moment om even uit te blazen. Tijdens het bakkie leut komt zomaar de muziek te sprake. Met de buurvrouw, die zoveel afwist van muziek, had ze veel muziek gehoord. Ja dat was mooi. Brahms, Wagner, Reger….. Ik ben blij verrast dat dit haar interesse heeft en vraag haar het hemd van het lijf. In mijn enthousiasme diep ik een flyer onderuit de tas en vertel haar dat we met Schubert en Mendelssohn bezig zijn. Ze kijkt me verwonderd aan en verwacht kennelijk niet dat ik in een koor zing. We verrassen elkaar. We blijken allebei die gekke behoefte aan muziek te hebben.

Het zou zo goed voor haar zijn om er even uit te zijn. Even geen zorg. Even de gedachten ergens anders. Even niet. In mij rijst de vraag op of er niet iemand in de buurt is die de zorg een poosje kan overnemen? Paar uurtjes moet toch kunnen? Ja mijn kinderen hebben aangegeven dat ze dat wel willen, maar ik wil ze niet met hun vader opschepen. Ik moet inwendig glimlachen, want ik weet zeker dat hun kinderen wel opgescheept willen worden met hun vader. Zeker als het hun moeder zal helpen in de zorg voor hun vader.

Ik vertel haar van de mogelijkheden in Utrecht naar een concert te gaan van ongeveer een uurtje. Als een van haar kinderen er is, moet dat best kunnen. Voordat ik weer op mijn fiets stap zeg ik dat ze er maar eens over na moet denken of ze dat ziet zitten. Niets moet, alles mag.

Als ik haar dagen daarna bij hen langs ga, komt ze me enthousiast tegemoet. Ze is naar het vrijdagconcert geweest in Vredenburg. Haar zoon had opgepast. Het was goed gegaan. Ze had genoten. Ik ben blij te zien dat het haar zichtbaar goed heeft gedaan. Het is haar gelukt de zorg over te geven. Ze heeft zichzelf toegestaan los van haar man te genieten van muziek. Een hele opgave.

Opeens vraagt ze hoe ze een kaartje kan regelen voor het concert van ons koor. Ik schrik, omdat ik dat niet had verwacht. Zij op ons concert? Verbaasd kijk ik haar aan en geloof m’n oren niet. Weet je dat zeker? Ja, lijkt me een prachtig concert en ik wil graag komen!

Ze komt vrijdag. Ik mag voor haar zingen. Ik mag samen met al die anderen van het koor en het orkest haar een muzikale avond geven. Even geen zorgen. Even niet. Even alleen muziek….

De deur

Als jullie het zien zitten vind ik het goed. Veel ongeloof en wantrouwen klinkt erin door. Ze vindt het kennelijk helemaal niks. Maar ik word met zoveel overtuiging naar binnen ze er niets tegenin kan brengen. Kennelijk is er een plan met mij. Wat voor plan? Ik weet het niet. Ik zie het met angst en beven tegemoet

Het is een koude winterdag en ik sta al maanden op een koude zolder. Ooit lang geleden was ik de deur naar een kamer of naar de gang. Ik weet het niet. Maar in ieder geval heb ik in mijn jonge jaren vele mensen toegang verleend naar een vertrek. Ik was hier er blij mee. Mijn leven had zin. Daar ben ik immers voor gemaakt. Toegang verlenen voor mensen en beschutting en warmte bieden. De mensen waren altijd erg blij met me. Als ze mijn klink vasthouden is het net alsof ze me bedanken.

IMG-20161229-WA0007Maar op een dag ben ik gescheiden van mijn kozijn. Ik stond ineens in een oud en vochtig schuurtje. Vanaf die tijd gaf niemand me meer een hand. Ik kon niet meer om mijn scharnier draaien. Op den duur bladerde de verf af en mijn raampjes verstoften. Niemand kon door de raampjes heen kijken. Mijn leven als deur was nutteloos. Ik kon niets meer. Ik werd steeds verdrietiger. Gelukkig had ik fijne herinnering aan de tijd dat ik in een echt huis stond. Daar dacht ik vaak aan.

Maanden geleden ben ik uit het schuurtje gehaald en zo kwam ik op de koude zolder samen met vele andere deuren. Het was er best gezellig. We haalden allemaal herinneringen op van de tijd dat we nog echt deur konden zijn. We kletsten wat af. Soms verdween er ineens een deur en zagen deze nooit terug.

Op een winterdag is het ineens tijd voor mij om van de zolder te verdwijnen. Er komt een vrouw en man om me te halen. De man bekijkt me kritisch van alle kanten. Ik snap niet wat deze in me ziet en wat hij doet. Ik zie er niet uit. Mijn scharnieren zijn verroest, de houtworm heeft hele delen van me opgevreten en de verf is afgebladderd. Ik ben een ellendige rot deur. Ik verwacht dat hij me weer terug zet tussen de andere deuren. Maar tot mijn grote verbazing word ik opgepakt en weggedragen. Wat overkomt me! Samen met twee andere deuren, die op mij lijken lig ik ineens in een auto en rijd naar mijn volgende levensbestemming. Wanhoop en angst maken zich van mij meester.

In de daaropvolgende weken en maanden begrijp ik maar niet wat de bedoeling is. Soms sta ik weken nutteloos tegen de muur. De ene keer op de zij en de andere keer recht op. Er komen jongens die met een krabber en warmtefohn de oude verf van mij afbranden.20161224_144001 Het duurt erg lang en snap niet waarom. Op een dag staat er een buitenkachel in de tuin. Ik schik me kapot. Ik zweet peentjes. De hele avond staat de kachel te branden op hout. Elke keer denk ik dat ik aan de beurt ben. Het is een hele marteling. Maar er gebeurt niets. Ik blijf gewoon staan waar ik ben neergezet.

Het duurt lang om al de verf eraf te krijgen en er wordt veel aan me geschuurd  Op een dag krijg ik een goedje in mijn verrotte hout. Dat is een heerlijke verfrissing. De houtworm besluit op die dag een andere onderkomen te zoeken. Een andere dag komt dezelfde man die me opgehaald heeft. Als een dokter zaagt hij alle rotte delen weg en lijmt er mooi nieuw hout in. Mijn verroeste scharnieren worden eruit gesloopt en ik krijg nieuwe scharnieren. De timmerman weet 20170211_123541wat hij doet en ik onderga het met verwondering. De dagen daarna schuurt de schuurmachine mijn hout weer recht en nog meer verf valt eraf. Het lijkt wel alsof ik terug ga naar mijn innerlijke ik. Alle hoeken en gaten worden onder handen genomen en ontdaan van alle vuiligheid en rotzooi.

In de afgelopen week breekt er een ander bijzonder moment aan. Ik krijg mijn verf terug. Eerst de ruwe grondverf en daarna twee lagen mooie glanzende verf. Als sluitstuk krijg ik nieuw glas in mijn raampjes. Ik voel me als herboren. Ja ik ben nog steeds een oude deur. Je kan nog steeds de littekens zien van mijn oude leven. Kijk maar eens goed. Die butsen en gaten zijn niet meer stoffig. Ze glanzen. Ze glanzen als waterdruppels in de zon.

Nu sta ik weer in een kozijn en ik hang aan mijn nieuwe scharnieren. Het past allemaal precies. Ik kraak en piep niet. Het is als ik voor deze plek gemaakt ben. Die timmerman moet dat allemaal van te voren bedacht hebben.

20170406_231741Ik was de meest ellendige deur die hier is binnen gebracht. Ik ben nu de deur naar de kamer. De ereplaats in het huis. Ik kan nog niet geloven dat ik dat ben die weer mensen toegang mag geven naar de kamer en beschutting en warmte mag bieden. Ik de ellendigste onder de deuren….

Aan de keukentafel.

De stamper stampt het monotone ritme in de bus op het fornuis. Ik hoor het al in de gang als ik naar beneden loop. Met een slaperige kop en een slome pyjama steek ik mijn hoofd om de deur. Al leunend tegen de deurpost zie ik mijn moeder de eieren en brandwijn tot advocaat stampen in een bus op het gasstel. Het is een vertrouwd beeld. Ze staat in alle geduld de tijd te nemen voor het stampen tot de advocaat klaar is. Ze heeft geen klokje nodig. Ze weet wanneer het lang genoeg is geweest. ‘Zo jij bent al lekker vroeg bezig ’ zeg ik. ’Ja, de boer belde voor advocaat en ik dacht vanmorgen ‘ik ben nu toch wakker….’

De pan met het koude water om de bus te laten afkoelen staat geduldig te wachten in de gootsteen. De flesjes, waar de advocaat in moet, staan al schoongewassen op de theedoek. Het is een soort ritueel geworden. Ze heeft al zoveel gemaakt. Een weeshuis zal er dronken van kunnen worden.

Ik slenter naar boven en kleed me aan. Ergens in de kast in de bijkeuken zoek ik naar brood. Het water van de thee heeft ma al aangezet. ‘Wil je thee?’ ‘Lekker’ We keuvelen over het weer en over de planten die ma er altijd wonderbaarlijk mooi bij heeft staan. Het geheim krijg ik nooit te horen. Ze weet het zelf ook niet. Het zal iets te maken hebben met aandacht en liefde.

Om negen uur zit20160308_084455 de advocaat veilig in de potjes. ‘nou, zullen we al koffie zetten?’ Het
is misschien nog vroeg maar we zien uit naar het eerste bakkie van de dag. Onderuit het keukenkastje komt de overbekende Tupperware trommel voor de koek en de magnetron geeft aan dat de melk warm is. Door het raam zien we wie er voorbij komt. De rijpheid van de druiven wordt besproken en de
vogeltjes die langs komen vliegen. We praten over wat er gebeurt in de familie en de zorgen over de zussen. Ze vertelt verhalen, oude verhalen en soms nieuwe. Over wat ze beleeft in de trein, over wat ze vindt op het internet, over de preek, over iets wat gebeurd op straat, over waar ze vol van is. Als ik haar mijn verhalen vertel liggen we onverwacht in een deuk van het lachen over een geheimpje wat ik stiekem aan haar verklap. De ondeugd straalt haar uit de ogen en samen snikken we van het lachen. We eten samen een boterham en ik stap daarna in de auto om weer terug te gaan naar huis. Het was gezellig samen. Nu gaan we allebei onze eigen weg weer. Ze staat voor het huis en zwaait me uit zoals altijd. Ik kijk haar nog eens aan en besef dat ik zo blij ben met mijn lieve ma.

Nog even …

Wat is het een heerlijk rustige zomer dit jaar. Het is prachtig om Anne van der Breggen te zien winnen in een bizarre rit. Het ere metaal van Elis Ligtlee was verrassend. De sacherijnige reactie maakte Daphne gewoon een mens. De verliezen van de zwemmers is niet te snappen. Het goud voor de Kenianen is zo mooi. De overwinning van Dorian is glanzend logo-olympische-spelen-Rio-de-janeiro-2016-Brazilieovertuigend. De verwachting van de overwinning van Daphne en Epke is oververhit. Het is te spannend om naar de hockeymeiden te kijken. Alle emoties komen voorbij: trots,  spanning, woede, focus, verdriet, frustratie, vreugde…  ZO mooi! Landen staan in gezonde strijd tegenover elkaar. Even is de oorlog en ellende van de wereld ver weg. Even is de stad deze vakantietijd uitgestorven. Even lijkt het elke dag wel zondagmorgen. Even is het heerlijk komkommertijd. Even domineert sport de tv.

Afgelopen maandag was het duidelijk. De vakantie loopt op zijn eind. De studenten zijn de stad binnengestroomd en blokkeren met overtuiging de wegen in de stad. Nog even en dan manoeuvreren de vaders en moeders hun kinderen door het drukke verkeer en is iedereen in haastige spoed op weg naar volgende bestemming. Nog even en dat is de rust voorbij. Nog even en dan staat de werkelijkheid weer voor de deur.

Nog even….. de spelen zijn nog niet te einde. En de paralympisch komen nog. Even genieten. Nog even …..

Tranen

Eerst had ik voor de zieke vader en echtgenoot gezorgd die in de voorkamer lag. In de afgelopen week kreeg hij te horen dat hij niet meer beter wordt. Er is weinig tijd. In snel tempo gaat zijn conditie achteruit. Spoedig zal hij er niet meer zijn. Naast de verslagenheid en verdriet heerst er veel zorgzaamheid en betrokkenheid bij zijn vrouw en kinderen.

In de hoek van de keuken staat het meisje. Ik kom naast haar staan. Dikke tranen rollen over haar wangen. Ze wil helemaal geen afscheid nemen van haar vader. De rauwe pijn staat haar in de ogen geschreven. De wanhoop en het verdriet is niet te overzien. De toekomst grijnst haar grauw en grijs aan. Hoe moet dat nu zonder haar vader? Ik luister naar haar en herken haar pijn. Met enige schroom vraag ik of ik iets over mijn eigen vader mag vertellen. Met betraande ogen luistert ze. Ik begin te vertellen: “Mijn vader belde me en moest me vertellen dat hij niet meer beter zou worden. Ik vond het vreselijk. Ik wilde geen afscheid nemen. Ik wilde hem helemaal niet kwijt. Ik moest net als jij heel erg huilen. Dikke tranen. Weet je wat zijn reactie was? Hij zei: toe maar, huil maar, het zijn tranen van liefde. Hij nam als het ware mijn tranen als geschenk van liefde in ontvangst. En toen moest ik natuurlijk nog harder huilen. Als je niet van je vader houdt zou het je allemaal koud laten en stond je niet te huilen.” Ze kijkt me met verwondering aan en begrijpt me volkomen. Net als ik toentertijd begint ze opnieuw te huilen. Ze beseft als geen ander dat liefde soms pijn doet. Gelukkig maar.

Een half jaar later zit ik met haar moeder in de tuin na te praten over de tijd van toen. Hoe is het in de afgelopen tijd gegaan? Hoe kijkt ze terug op deze periode? Hoe is de uitvaart geweest? Tussendoor vertelt ze over haar dochter. Ze heeft veel gehad aan het verhaal wat ik haar vertelde. Ze had het zelfs doorverteld aan anderen. Ze vertelde dat ze verdriet mag hebben. Ze houdt immers van haar vader. Even later stap ik weer op de fiets. Ik ben zo blij dat pa mij dit geleerd heeft en dat ik dit zo simpel door mag geven. Ik voel me bevoorrecht dat ik haar mocht leren dat haar afschuwelijke pijnlijke verdriet een bijzonder mooi gekleurde rand heeft.